Nederland

Geschiedenis in het kort

Vanaf de stichting in 1837 waren wij een Nederlandse congregatie, die zich geleidelijk uitbreidde met zogenaamde missiegebieden. Er was één algemeen bestuur, dat haar zetel had in Maastricht. Deze structuur veranderde in 1967. De congregatie werd verdeeld in provincies, c.q vice-provincie, regio, ieder met een eigen bestuur. Voor het bestuur en de vertegenwoordiging van de congregatie als geheel is er sindsdien een generaal bestuur. Nederland, met de status van provincie, kende tot november 2017 een provinciaal bestuur. Momenteel heeft het Nederlandse gebied van de congregatie de status van Regio met een regionaal bestuur.

Wat wij doen

In Nederland kan op de vraag ‘Wat doen we?’ het best geantwoord worden met een verwijzing naar de leeftijdsstatistiek. De meeste zusters zijn bejaard en niet meer tot actieve inzet in staat. Op de minderheid die dit wel kan wordt veelal een beroep gedaan tot zorg voor eigen zusters. Slechts weinigen hebben nog een taak buiten eigen kring: in parochie, in grote stadswijk, bij vluchtelingen, bezoek aan eenzamen, betrokkenheid bij hospitium e.d.

Nederland.Bogenzusters 19de eeuwAls leden van één van de in de 19e eeuw ontstane actieve congregaties hebben de zusters vele jaren gewerkt in gezondheidszorg, onderwijs, zorg voor jeugd. Verspreid door het land gaven zij hun inzet in ziekenhuizen, scholen, jeugdinternaten. Naarmate deze zorg werd overgenomen door de overheid werd die inzet kleinschaliger. Het accent werd verlegd naar assistentie in parochies en pastorale zorg. Individueel zijn zusters tot op vandaag betrokken bij missionaire organisaties, vredesactiviteiten, vluchtelingen- opvang, acties tegen vrouwenhandel e.d.

kapel Nederland

Toen in 1918 de eerste tien zusters vertrokken naar het toenmalig Nederlands Oost-Indië was dat het begin van een missionaire inzet, die jaren zou duren. Behalve in Indonesië werkten zusters als missionaris in Noorwegen, Tanzania, Filippijnen.
Momenteel fungeren de zusters in Nederland als belangstellend en biddend thuisfront voor hun autochtone medezusters in deze landen. Zij blijven ook betrokken op het wereldgebeuren, maar kunnen daaraan – vaak tot eigen spijt – geen andere bijdrage leveren dan een biddende aanwezigheid.

In de slotverklaring van het in 1999 gehouden kapittel formuleerden wij onze situatie als volgt:

Nederland.zr LoesIn onze Nederlandse provincie maken wij het ingrijpende proces door van afname van krachten en daardoor van mogelijkheden tot inzet. Hiermee creatief omgaan willen wij zien als onze nieuwe roeping.

Ouder worden geeft eigen kansen de persoonlijke weg naar binnen te ontdekken en te ervaren dat zijn belangrijker is geworden dan doen.

Als wij deze levensperiode durven zien als ruimte voor groei, draagt dat bij aan de toekomst van de congregatie. De zusters in de jonge gebieden roepen ons hiertoe op.

Als voortzetting van onze apostolische inzet in het verleden, ziet de congregatie in Nederland het als haar plicht om – voorzover de middelen het toelaten – te participeren in organisaties die in hun doelstelling overeenkomen met de onze. Door de overheid vergeten groepen in de samenleving, in eigen land en daarbuiten, zijn vaak aangewezen op particuliere organisaties. Ontwikkelingsprojecten, activiteiten voor vrouwenemancipatie, tegen vrouwenhandel en misbruik van kinderen, voor vrede, en vele andere blijven terecht op onze hulp rekenen.

Sinds 2 februari 2009 is opgericht de Multiculturele / International ‘Stella Maris’ Communiteit in het Moederhuis in Maastricht. Onze voornaamste overwegingen om het Moederhuis als het centrale huis van de congregatie te behouden, en de interculturele communiteit in Maastricht te vestigen, heeft te maken met ons verlangen – nu we het nog kunnen – om onze geestelijke erfenis te delem met mensen die we ontmoeten: kerkgangers, niet-gelovigen en zoekenden, zieken en eenzame mensen, andersdenkenden, kinderen, jongeren en oudere mensen.

Door de verschillende soorten groepen en personen die we hebben ontmoet is het ons duidelijk gewonten dat delen van onze spiritualiteit ook nu nog relevant is. Met het gegeven van huidige situatie van onze zusters en ziende de situatie in onze Kerk en samen
leving in Nederland is het des te meer nodig om momenten van gebed en stilte te organiseren, dat er een luisteren oor is en dat we ons leven als gemeenschap delen, vooral met het oog op de jeugd.

CIMG1364Sr.TerryDSC01323.bCIMG0856CIMG1706ZMC 2012

Plaats een Reactie

Uw persoonlijke informatie wordt niet gepubliceerd. Velden met * zijn vereist.