Onze Geschiedenis

Belangrijkste bron voor de geschiedschrijving van de congregatie CB zijn de aantekeningen die de Stichteres heeft nagelaten. Zij schreef haar herinneringen in een schoolschrift, waarvan de eerste bladzijden al waren gebruikt voor andere notities. Dit authentiek geschrift wordt bewaard in het archief van de congregatie.

Elisabeth Gruyters werd bij de oprichting van haar klooster gesteund door P.A. van Baer, die in 1836 benoemd werd tot pastoor-deken van de St. Servaaskerk. Deken Van Baer nam Elisabeth Gruyters aan als ‘liefdezuster van den H. Vincentius à Paulo’. Uit latere geschiedschrijving blijkt dat vanuit Rome bezwaar werd gemaakt tegen deze titel. Elisabeth en Van Baer werden voor de keuze gesteld aan te sluiten bij de door St. Vincentius gestichtte congregatie, ofwel de H. Carolus Borromeus als patroon aan te nemen. Dat zij gekozen hebben voor dit laatste blijkt uit de door Elisabeth eigenhandig geschreven ‘Constitutien of gedragregeling’.

De H. Carolus Borromeus wordt genoemd als patroon, maar ook de H. Vincentius à Paulo blijft vermeld. Ook op het gedachtenisprentje na het overlijden van Elisabeth staat de H. Vincentius uitdrukkelijk vermeld. Voor de congregatie is Vincentius altijd de ‘tweede patroon’ gebleven.

Kerkelijke bestuursorganisatie in Maastricht in de negentiende eeuw

De bestuursorganisatie van de Kerk in Nederland was in het begin van de negentiende eeuw nogal chaotisch. Hieronder volgt een beknopt overzicht van de situatie van Maastricht:

1801 Maastricht komt onder het pas gevormde bisdom Luik
1830 Begin van de Belgische Opstand, scheuring in het Koninkrijk der Nederlanden.
Maastricht blijft Nederlands gebied onder militair gezag.
1833 Maastricht wordt geplaatst onder het kerkelijk gezag van het apostolisch vikariaat
‘s-Hertogenbosch.
1840 Oprichting van het apostolisch vikariaat Limburg.
1853 Herstel der kerkelijke hiërarchie in Nederland. De Nederlandse provincie Limburg
wordt bisdom Roermond met Mgr. Paredis als eerste bisschop.

De band met ‘s-Hertogenbosch in de jaren 1833-1840 maakt duidelijk waarom priesters uit Noord-Brabant in Maastricht kunnen worden geplaatst. Zo werd P.A. van Baer uit Waalwijk benoemd tot pastoor-deken van de Sint Servaaskerk. Het verklaart ook dat deken van Baer in ‘s-Hertogenbosch twee zusters vroeg om Elisabeth Gruyters en haar eerste gezellin in het kloosterleven in te wijden.

Plaats een Reactie

Uw persoonlijke informatie wordt niet gepubliceerd. Velden met * zijn vereist.